ECLI:NL:CRVB:2006:AY8753
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J.W. Schuttel
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WAO-uitkering en arbeidsgehandicaptenstatus na zware hersenschudding
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de weigering van het UWV om hem een WAO-uitkering toe te kennen en hem als arbeidsgehandicapte aan te merken. De primaire verzekeringsarts stelde dat appellant belastbaar was voor zijn eigen werk, terwijl de bezwaarverzekeringsarts dit bevestigde ondanks verschillen in beoordeling van de zwaarte van de maatgevende arbeid.
Appellant voerde aan dat de gevolgen van een zware hersenschudding, zoals geheugen- en concentratieverlies en twee flauwtes op het werk, onvoldoende waren meegewogen. Diverse medische rapporten van specialisten bevestigden deze klachten, maar de Raad oordeelde dat deze geen aanleiding gaven om de belastbaarheid te herzien.
De Raad concludeerde dat appellant per einde wachttijd in staat was zijn eigen werk volledig te verrichten en dat de weigering van de WAO-uitkering en de niet-toekenning van de arbeidsgehandicaptenstatus terecht waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; weigering WAO-uitkering en niet-arbeidsgehandicaptenstatus bevestigd.