ECLI:NL:CRVB:2006:AY8761
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J.W. Schuttel
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring wegens niet tijdig overleggen bestreden besluit en handelsregisteruittreksel
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem waarin haar inleidend beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig overleggen van een afschrift van het bestreden besluit en een uittreksel uit het handelsregister.
De rechtbank had appellante bij brieven van 8 en 18 juli 2005 in de gelegenheid gesteld deze verzuimen te herstellen, met de expliciete waarschuwing dat bij uitblijven van overleg het beroep niet-ontvankelijk zou worden verklaard. Appellante maakte hier echter geen gebruik van binnen de gestelde termijn.
In hoger beroep stelde appellante dat de brieven niet op het juiste adres waren verzonden, waardoor zij deze niet had ontvangen. De Raad overwoog dat het correspondentieadres dat appellante nu noemt niet in het inleidend beroepschrift was vermeld, zodat het risico van de verkeerde adressering bij appellante ligt.
De Raad concludeerde dat de rechtbank de randvoorwaarden voor toepassing van artikel 6:6 Awb Pro juist heeft toegepast en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig overleggen van het bestreden besluit en het handelsregisteruittreksel.