ECLI:NL:CRVB:2006:AY8800

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 september 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
04-4745 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging herziening WAO-uitkering zonder benoeming externe medische deskundige

Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Breda waarin de herziening van zijn WAO-uitkering werd bevestigd. Het Uwv had bij besluit van 14 juli 2003 het eerdere besluit van 13 maart 2003 gehandhaafd, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 25-35% in plaats van de eerder toegekende 80-100%.

De Centrale Raad van Beroep heeft de overwegingen van de rechtbank onderschreven en vond dat er voldoende medische informatie aanwezig was om de gezondheidssituatie van appellant te beoordelen. Daarom zag de Raad geen aanleiding om alsnog een externe medische deskundige te benoemen.

Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd zonder benoeming van een externe medische deskundige.

Uitspraak

04/4745 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 20 juli 2004, kenmerk 03/1732 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 22 september 2006
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. P.A.M.M. Dingemans, advocaat te Ulvenhout, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting op 11 augustus 2006, waar partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
Onder verwijzing naar de aangevallen uitspraak voor een uitgebreidere weergave van de feiten en omstandigheden die in dit geding van belang zijn, volstaat de Raad met het volgende.
Evenals in beroep ligt thans in hoger beroep ter beantwoording de vraag voor of het Uwv bij besluit van 14 juli 2003, waarbij hij heeft gehandhaafd zijn besluit van 13 maart 2003, terecht en op goede gronden de aan appellant toegekende uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), die voordien laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%, heeft herzien en met ingang van 6 april 2003 nader heeft vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25-35%.
De Raad beantwoordt voormelde vraag net als de rechtbank bij de aangevallen uitspraak bevestigend. De Raad kan de ter zake door de rechtbank gehanteerde overwegingen geheel onderschrijven en maakt deze tot de zijne. Ook de Raad acht zich voldoende voorgelicht over de gezondheidssituatie van appellant ten tijde in dit geding van belang. Er bestaat dus geen aanleiding om alsnog een externe medische deskundige te benoemen.
Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep van appellant niet slaagt. De aangevallen uitspraak wordt derhalve bevestigd.
De Raad acht geen termen aanwezig om met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een proceskostenveroordeling uit te spreken.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand. De beslissing is, in tegenwoordigheid van N.E. Nijdam als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 september 2006.
(get.) J. Brand.
(get.) N.E. Nijdam.