ECLI:NL:CRVB:2006:AY8803
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens ontbreken verminderd arbeidsvermogen
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin de afwijzing van zijn WAO-uitkering werd bevestigd. Het geschil betreft de vraag of appellant recht heeft op een WAO-uitkering op grond van verminderd arbeidsvermogen als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld op 11 augustus 2006, waarbij appellant niet is verschenen. Het UWV werd vertegenwoordigd door een gemachtigde. De Raad heeft de aangevallen uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 september 2004 bevestigd, omdat appellant geen nieuwe gezichtspunten heeft ingebracht en de medische beoordeling geen verminderd arbeidsvermogen aantoonde.
De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig en ziet geen grond om het besluit van het UWV te vernietigen of een proceskostenveroordeling uit te spreken. De uitspraak is gedaan door rechter J. Brand en uitgesproken op 22 september 2006.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van verminderd arbeidsvermogen.