ECLI:NL:CRVB:2006:AY8812
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkering bij geschil over medische beperkingen en arbeidsongeschiktheid
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn medische beperkingen zijn onderschat en dat hij de hem voorgehouden functies niet kan vervullen vanwege regressief gedrag binnen vaste kaders. De rechtbank oordeelde echter dat op medische gronden niet is gebleken dat appellant niet in staat is de functies te vervullen.
De Raad overwoog dat volgens artikel 18 WAO Pro arbeidsongeschiktheid alleen bestaat indien verzekerde op objectieve medische gronden niet kan werken en daardoor inkomensverlies lijdt. De persoonlijke beleving van klachten is niet bepalend. Het medisch onderzoek door verzekeringsartsen was toereikend en er waren geen objectieve gegevens die twijfel aan de beoordeling opriepen.
De verklaring van de therapeut Van Bokhoven gaf geen aanleiding te veronderstellen dat de beperkingen niet juist waren ingeschat. Hoewel appellant mogelijk niet functioneert zoals gewenst binnen vaste kaders, is dit geen medische belemmering om de functies te vervullen.
Daarom faalt het hoger beroep en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de WAO-uitkering van 25-35% wordt bevestigd.