ECLI:NL:CRVB:2006:AY8813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld na herstelverklaring na chirurgische ingreep
Appellant, voormalig keukenmedewerker, meldde zich op 7 november 2000 ziek met knieklachten en ontving daarna een WW-uitkering. Het Uwv weigerde vanaf 6 november 2001 een WAO-uitkering omdat appellant geschikt werd geacht voor gangbare arbeid. Op 31 maart 2003 meldde appellant zich opnieuw ziek vanwege buikklachten. Na een chirurgische ingreep in april 2003 verklaarde een verzekeringsarts hem per 26 mei 2003 hersteld. Het Uwv stopte daarop het ziekengeld.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij op en na 26 mei 2003 nog niet in staat was te werken, mede door aanhoudende klachten en een na-controle. Een bezwaarverzekeringsarts vond hem echter geschikt voor arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel, mede omdat appellant geen medische informatie aanleverde die het oordeel zou kunnen weerleggen.
De Raad oordeelde dat de aangevallen uitspraak bevestigd moest worden en dat er geen gronden waren om af te wijken van de hersteldverklaring. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de weigering van ziekengeld gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld per 26 mei 2003 wegens geschiktheid voor eigen werk.