ECLI:NL:CRVB:2006:AY8820
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding
Appellant ontving sinds februari 1997 een AOW-pensioen volgens de alleenstaande norm. Naar aanleiding van informatie dat een andere persoon bij appellant woonde, stelde de Sociale verzekeringsbank (Svb) een onderzoek in. Op grond daarvan herzag de Svb het pensioen met ingang van 1 september 2004 naar de norm voor gezamenlijke huishouding.
Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, stellende dat sprake was van een commerciële relatie en dat hij onvoldoende geïnformeerd was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat appellant onjuist heeft verklaard geen huisvesting te delen terwijl dit wel het geval was.
De Raad vindt geen bewijs voor onjuiste of onvolledige voorlichting door de Svb en ziet geen dringende reden om van herziening af te zien. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van het AOW-pensioen naar de norm voor gezamenlijke huishouding vanaf 1 september 2004.