ECLI:NL:CRVB:2006:AY8835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag wegens onvoldoende bewijs onderhoud kinderen in buitenland
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen meerdere uitspraken van de rechtbank Rotterdam waarin zijn recht op kinderbijslag werd geweigerd omdat hij niet op eenvoudig controleerbare wijze heeft aangetoond dat hij zijn kinderen in Irak in belangrijke mate heeft onderhouden.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) hanteert een beleid waarbij de onderhoudsbijdrage via een alternatieve betaalroute moet worden aangetoond in drie stappen: overhandiging van geld aan een reiziger naar het woonland, bewijs van de reis en bewijs van overhandiging aan de verzorger. Appellant kon onvoldoende bewijs leveren voor deze stappen, zoals bankoverschrijvingen, reisdocumenten of verklaringen van ontvangst.
De Raad oordeelt dat de Svb terecht de kinderbijslag heeft geweigerd voor de kwartalen 2001 en 2002. Voor het vierde kwartaal van 1999 tot en met het tweede kwartaal 2001 vernietigt de Raad het besluit van de Svb omdat de grondslag voor de weigering onduidelijk is en appellant mogelijk recht heeft op kinderbijslag. Voor het derde kwartaal van 2004 blijft de weigering in stand op grond van artikel 7b AKW, omdat de kinderen in een niet-exportland wonen.
De Raad bepaalt dat de Svb een nieuwe beslissing moet nemen met inachtneming van deze uitspraak en wijst het betaalde griffierecht toe aan appellant.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering van kinderbijslag voor 2001-2002, vernietigt het besluit over 1999-2001 en beveelt een nieuwe beslissing door de Svb.