ECLI:NL:CRVB:2006:AY8878
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) voor een gezin, aanvullend op inkomsten uit arbeid van 20 uur per week bij een supermarkt. In juni 2004 voerde het College van burgemeester en wethouders van Utrecht een controleonderzoek uit, waarbij werd vastgesteld dat appellant meer uren werkte dan opgegeven. Dit leidde tot een besluit van het College om de bijstand per 1 juli 2004 in te trekken en de ten onrechte ontvangen bijstand over juni 2004 terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat hij slechts de opgegeven uren werkte, maar de Raad oordeelde dat appellant de wettelijke inlichtingenplicht had geschonden. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of hij nog recht had op bijstand. Het College had daarom terecht gebruikgemaakt van haar bevoegdheid tot intrekking en terugvordering van bijstand.
De Raad concludeerde dat de waarnemingen en verklaringen voldoende bewijs leverden dat appellant meer uren werkte dan opgegeven, zowel in juni 2004 als vanaf 1 juli 2004. Er was geen aanleiding om het College te verwijten dat het niet in redelijkheid van haar bevoegdheid had kunnen gebruikmaken. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenplicht worden bevestigd.