ECLI:NL:CRVB:2006:AY8993

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 september 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-6009 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging terughoudende toetsing functiewaarderingsbesluit gemeente Venlo

Appellant, werkzaam bij de dienst Stadsbeleid van de gemeente Venlo, maakte bezwaar tegen de functiewaardering van zijn functie volgens het Vbalans+ systeem, waarbij zijn functie werd gewaardeerd op 46 punten, corresponderend met salarisschaal 10. Na bezwaar handhaafde het college dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat functiewaarderingsbesluiten slechts terughoudend getoetst kunnen worden.

Appellant betwistte met name de scores voor de kenmerken effect van de werkzaamheden, effect van de beslissingen en kennis. De Raad overwoog dat de rechtbank de juiste toetsingsmaatstaf hanteerde en dat de gegeven scores niet onhoudbaar waren. De termijn waarover effecten zich uitstrekken werd juist vastgesteld op maximaal een jaar, en de kennisvereisten waren passend binnen de bandbreedte van hbo/mbo+ werk- en denkniveau.

De Raad concludeerde dat het bestreden besluit voldoende gemotiveerd is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens wees de Raad een verzoek tot vergoeding van proceskosten af op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het functiewaarderingsbesluit wordt bevestigd.

Uitspraak

05/6009 AW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 25 augustus 2005, 04/638 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo (hierna: college)
Datum uitspraak: 21 september 2006
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 augustus 2006. Appellant is verschenen, bijgestaan door
mr. M.L. van der Geest, verbonden aan de Stichting Achmea Rechtsbijstand. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. V.L.S. van Cruijningen, advocaat te ’s-Hertogenbosch.
II. OVERWEGINGEN
1. Voor een overzicht van de hier van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.
1.1. De door appellant bij de dienst Stadsbeleid, afdeling [afdeling], vervulde functie van [naam functie] is met toepassing van het in de gemeente Venlo geldende functie-waarderingssysteem Vbalans+ gewaardeerd op 46 punten, corresponderend met salarisschaal 10. Na bezwaar is die waardering gehandhaafd bij besluit van 20 april 2004 (hierna: bestreden besluit).
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Zij heeft onder verwijzing naar rechtspraak van de Raad vooropgesteld dat de rechter een functiewaarderingsbesluit slechts terughoudend kan toetsen. Met inachtneming van die maatstaf heeft zij de waardering niet onhoudbaar geacht.
3. Appellant heeft het oordeel van de rechtbank betwist voor zover deze de score voor de zogenoemde kenmerken 3 (effect van de werkzaamheden), 8 (effect van de beslissingen) en 11 (kennis) niet onhoudbaar heeft geacht. Hij acht de bestreden waardering onvol-doende gemotiveerd.
4. De Raad overweegt naar aanleiding daarvan als volgt.
4.1. Hij stelt in de eerste plaats vast dat de rechtbank de juiste toetsingsmaatstaf heeft gehanteerd. Bij toetsing van functiewaarderingsbesluiten moet de rechter, gelet op het karakter van die besluiten, terughoudendheid betrachten.
4.2. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat de voor de kenmerken 3 en 8 gegeven score van drie punten - effecten zijn merkbaar binnen een jaar - niet onhoudbaar is. De functiebeschrijving, die de basis vormt voor de waarderingsbeslissing, noopt niet - ook niet nu in die beschrijving is opgenomen dat appellant een bijdrage levert aan master-plannen - tot de conclusie dat de termijn waarover het effect van (het merendeel van) de werkzaamheden zich uitstrekt en dat de termijn waarover het effect van (het merendeel van de) beslissingen zich uitstrekt, meer dan een jaar is. Ook de plaats in de organisatie - de functie is gesitueerd in een afdeling waarin naast medewerkers bodem, geluid en milieuinspecteurs A en B enkele beleidsmedewerkers milieu werkzaam zijn - wijst niet in die richting.
4.3. Met betrekking tot de score voor het kenmerk kennis verenigt de Raad zich met hetgeen de rechtbank daarover heeft overwogen. Bij het werken met een bandbreedte als hbo / mbo+ werk- en denkniveau (leidend tot een score van drie punten) vormt de enkele omstandigheid dat ook de lichtere functie van milieuinspecteur B op dit kenmerk een score van drie punten heeft, onvoldoende reden om een hogere score toe te kennen, die correspondeert met een hoger werk- en denkniveau dan voor een normaal goede functie- uitoefening is vereist.
5. Op grond van het bovenstaande komt de Raad tot de slotsom dat het bestreden besluit niet onvoldoende is gemotiveerd en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
6. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en A. Beuker-Tilstra en L.F.M. Verhey als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.D. van Dissel-Singhal als griffier, uitgesproken in het openbaar op 21 september 2006.
(get.) H.A.A.G. Vermeulen.
(get.) A.D. van Dissel-Singhal.