ECLI:NL:CRVB:2006:AY9118

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 september 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
04-3999 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:26 AwbArt. 8:68 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep na overlijden appellant zonder opvolging

In deze bestuursrechtelijke procedure bij de Centrale Raad van Beroep stond het hoger beroep van wijlen appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem centraal. Tijdens de procedure is appellant overleden, waarna het proces is heropend en onderzocht of het hoger beroep voortgezet kon worden.

De Raad constateerde dat noch de werkgever, noch erfgenamen of andere belanghebbenden zich hebben gemeld om het hoger beroep voort te zetten. De Raad heeft in de Staatscourant een oproep gedaan, maar er is geen partij opgekomen die het procesbelang van appellant kon overnemen.

Gezien het ontbreken van een procesbelang en opvolging verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de procedure wordt beëindigd zonder inhoudelijke behandeling van het geschil.

De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 september 2006, waarbij de voorzitter en leden het vonnis hebben uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van appellant en het ontbreken van opvolging door erfgenamen of belanghebbenden.

Uitspraak

04/3999 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
wijlen [appellant], in leven laatstelijk gewoond hebbend te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem, 03/2282 van 20 juli 2004 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv),
Datum uitspraak: 19 september 2006
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant is door mr. D.A.M. Lagarrigue, werkzaam bij De Groot Heupner Advisering B.V. te Wijchen, tegen de aangevallen uitspraak hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad van 16 mei 2006. Namens appellant is verschenen mr. M.K. Janssen, kantoorgenoot van mr. Larrigue. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.H. Nuyens.
Ter zitting is medegedeeld dat appellant op 20 november 2005 is overleden.
Het onderzoek is met toepassing van artikel 8:68 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heropend. Bij brief van 17 mei 2006 heeft mr. Jansen medegedeeld niet langer als gemachtigde van appellant op te zullen treden.
In de Staatscourant van 4 juli 2006 is de in artikel 8:26, tweede lid, van de Awb bedoelde aankondiging van deze zaak gedaan.
Het geding is opnieuw aan de orde gesteld ter zitting van de Raad van 8 augustus 2006.
Namens appellant is niemand verschenen. Zoals tevoren bericht heeft het Uwv zich niet laten vertegenwoordigen.
II. OVERWEGINGEN
Naar het oordeel van de Raad is het hoger beroep, gelet op de in rubriek I beschreven feiten, niet (langer) ontvankelijk. Daartoe overweegt de Raad als volgt.
De insteller van het hoger beroep, [appellant], is overleden. Niet kan worden gezegd dat de overledene enig belang heeft bij de voortzetting van het geding. De Raad is niet gebleken van erfgenamen die appellant als partij in het onderhavige geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten.
Na ’s Raads oproep in de Staatscourant hebben geen belanghebbenden verzocht als partij aan het geding deel te mogen nemen.
Nu ook de werkgever van appellant uitdrukkelijk heeft aangegeven geen belang meer te hechten aan de voortzetting van de procedure, komt de Raad tot het oordeel dat het processuele belang aan de beoordeling van het hoger beroep is komen te ontvallen zodat het ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas als voorzitter en H.G. Rottier en C.P.M. van de Kerkhof als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van S.Sweep als griffier, uitgesproken in het openbaar op 19 september 2006.
(get.) K.J.S. Spaas.
(get.) S.Sweep.