ECLI:NL:CRVB:2006:AY9201
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Brand
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraken over beëindiging WAO-uitkering wegens geschiktheid eigen werk
Betrokkene en Stichting stelden beroep in tegen het besluit van het UWV om de WAO-uitkering per 14 februari 2003 te beëindigen, omdat betrokkene volgens hen slechts beperkt inzetbaar was. De rechtbank had de beroepen gegrond verklaard omdat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig zou zijn geweest, met name vanwege het ontbreken van informatie van de huisarts en behandelend specialist.
Het UWV stelde in hoger beroep dat betrokkene ten tijde van het onderzoek geen ernstige lichamelijke klachten had en dat het inwinnen van aanvullende informatie geen toegevoegde waarde had. Ook werd gesteld dat de bezwaarverzekeringsarts het psychologisch onderzoek en de brief van de psycholoog adequaat had beoordeeld.
De Raad oordeelde dat er geen algemene verplichting bestaat om altijd informatie bij de huisarts of specialist op te vragen, zeker niet als er geen aanwijzingen zijn dat dit nieuwe inzichten zou opleveren. De medische gegevens ondersteunden het oordeel dat betrokkene geschikt was voor haar eigen werk voor 33,08 uur per week. De stelling dat betrokkene slechts 16 uur per week kon werken werd niet bevestigd door de medische rapporten.
Daarom vernietigde de Raad de eerdere uitspraken van de rechtbank en verklaarde de beroepen ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De beroepen van betrokkene en Stichting worden ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken vernietigd.