ECLI:NL:CRVB:2006:AY9212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing arbeidsongeschiktheid
Appellante stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV tot intrekking van haar WAO-uitkering, waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op minder dan 15%. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders.
De Raad constateert dat de toelichting van het UWV ter zitting onvoldoende is onderbouwd en dat de functie waarop de arbeidsongeschiktheidschatting is gebaseerd niet geschikt is voor appellante, mede omdat zij niet over relevante ervaring beschikt en de belastbaarheid wordt overschreden. Een alternatieve berekening op basis van drie wel geschikte functies leidt tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid (35-45%).
Daarnaast is tijdens de procedure gebleken dat appellante lijdt aan Coeliakie, wat mogelijk invloed heeft op haar belastbaarheid. De Raad beveelt het UWV aan dit nader te onderzoeken bij het nemen van een nieuw besluit op bezwaar.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep alsnog gegrond. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV dient een nieuw besluit te nemen.