ECLI:NL:CRVB:2006:AY9337
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten tandheelkundige brug
Appellant verzocht het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Kessel om bijzondere bijstand voor de kosten van het plaatsen van een tandheelkundige brug. Het College wees dit verzoek bij besluit van 17 mei 2004 af, en verklaarde het daaropvolgende bezwaar ongegrond. De rechtbank Roermond bevestigde deze beslissing in haar uitspraak van 19 september 2005.
In hoger beroep betoogde appellant dat de kosten noodzakelijk waren, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het College terecht heeft geoordeeld dat de kosten van het plaatsen van een brug niet als noodzakelijke kosten van het bestaan kunnen worden aangemerkt. Dit omdat een minder kostbare tandheelkundige behandeling mogelijk was.
De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank en stelde vast dat het advies van de GGD, gebaseerd op schriftelijke stukken en een tandartsadvies, voldoende grond bood voor het College om het besluit te nemen. Tevens werd het beroep op het vertrouwensbeginsel verworpen, omdat appellant niet had geïnformeerd bij het College voordat hij de behandeling liet uitvoeren.
Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor het plaatsen van een tandheelkundige brug wordt bevestigd.