ECLI:NL:CRVB:2006:AY9339
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtsgevolgen vernietigd besluit inzake arbeidsverplichtingen ondanks beperkingen appellant
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Breda, waarin het beroep van appellant tegen het besluit op bezwaar van het College van burgemeester en wethouders van Roosendaal werd gegrond verklaard en het besluit van 10 december 2004 werd vernietigd, maar de rechtsgevolgen van dat besluit in stand werden gelaten.
Appellant betwist met name dat het College zich terecht heeft gebaseerd op het advies van arts R. Huster van Reaned van 11 februari 2004. Volgens appellant is hij arbeidsgeschikt met beperkingen, maar het College zou hiermee onvoldoende rekening hebben gehouden bij het opleggen van arbeidsverplichtingen.
De Raad oordeelt dat het College bevoegd is de arbeidsverplichtingen op te leggen, tenzij er redenen van medische of sociale aard zijn. Het Reaned-advies, gebaseerd op eigen onderzoek door arts Huster, concludeert dat appellant in staat is tot werk gedurende een volledige werkweek met enkele beperkingen, zoals afwisseling van zittend werk en rugsparende arbeid. De Raad acht dit advies en de daarop gebaseerde besluitvorming zorgvuldig en deugdelijk. Het aanvullende arbeidsmogelijkhedenadvies van 2006 biedt onvoldoende grond om het standpunt van het College te verwerpen.
Daarom wordt het hoger beroep van appellant verworpen en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd voor zover aangevochten. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit inzake arbeidsverplichtingen in stand blijven ondanks de beperkingen van appellant.