ECLI:NL:CRVB:2006:AY9341
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens onduidelijkheid woon- en leefsituatie niet gerechtvaardigd
Betrokkene ontving sinds 23 december 1999 een bijstandsuitkering. Naar aanleiding van een melding van de politie dat een leerling stond ingeschreven op het adres van betrokkene, startte de Sociale Recherche een onderzoek naar de rechtmatigheid van de uitkering. Dit leidde tot een besluit van het College van burgemeester en wethouders Amsterdam tot intrekking van de uitkering per 1 april 2003, vanwege vermoedelijk langdurig samenwonen met een ander persoon.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit van het College, omdat onvoldoende was vastgesteld dat sprake was van een gezamenlijke huishouding zoals bedoeld in artikel 3 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw). Het College stelde vervolgens een nieuw besluit op waarin de uitkering werd toegekend en later weer ingetrokken wegens werkaanvaarding.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank ten onrechte buiten de omvang van het geding is getreden door artikel 3 Abw Pro te toetsen, aangezien dit artikel geen openbare orde voorschrift is. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en beoordeelt zelf of het College terecht de intrekking handhaafde op basis van artikel 65 in Pro verbinding met artikel 7 Abw Pro.
De Raad stelt vast dat het College onvoldoende heeft aangegeven welke gegevens betrokkene nog had moeten verstrekken en dat het College bij onduidelijkheid over de woon- en leefsituatie nader onderzoek had moeten verrichten. Hierdoor kan de intrekking van de bijstand niet worden gehandhaafd. Het besluit van 20 april 2004 wordt vernietigd wegens strijd met artikel 66, tweede lid, Abw.
De Raad wijst een veroordeling in proceskosten af en bevestigt dat het College een nieuw besluit moet nemen binnen de wettelijke kaders.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag en onduidelijkheid over de woon- en leefsituatie.