ECLI:NL:CRVB:2006:AY9347
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlaging bijzondere bijstand voor dieetkosten na allergologisch onderzoek
Appellante ontving van het College van burgemeester en wethouders van Tilburg bijzondere bijstand voor dieetkosten, aanvankelijk € 51,80 per maand. Het College verlaagde dit bedrag per 1 maart 2003 tot € 16,04 per maand, waarop appellante bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De kern van het geschil betrof de vraag of de verlaging van de bijzondere bijstand voor dieetkosten op goede gronden was vastgesteld. De Raad verwees naar het allergologisch onderzoek dat door de huisarts op 9 februari 2004 werd uitgevoerd, waaruit bleek dat appellante allergisch was voor soja en pinda. Op basis hiervan en met behulp van een rekenprogramma van het Voedingscentrum berekende Argonaut de meerkosten voor het dieet.
De Raad oordeelde dat het College terecht het bedrag van € 16,04 per maand had vastgesteld, omdat de hogere vergoeding niet was onderbouwd met objectief medisch onderzoek dat binnen de reguliere geneeskunde algemeen wordt geaccepteerd. Het dieet dat appellante sinds 1990 volgde op advies van een arts voor biologische natuurwijzen was onvoldoende medisch onderbouwd. De Raad zag geen aanleiding om het besluit van het College te veroordelen tot schadevergoeding en bevestigde de aangevallen uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De bijzondere bijstand voor dieetkosten wordt terecht verlaagd tot € 16,04 per maand en het beroep wordt ongegrond verklaard.