ECLI:NL:CRVB:2006:AY9610
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek arbeidsongeschiktheidsuitkering na langdurige procedure
Appellant, werkzaam als schoonmaker, meldde zich in 1992 ziek en kreeg in 1993 een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na medisch onderzoek in 1995 stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid bij op minder dan 15%, waartegen appellant bezwaar maakte en beroep instelde. Dit werd door rechtbank en Raad afgewezen wegens termijnoverschrijding en niet-ontvankelijkheid.
In 2000 werd appellant na een operatie opnieuw volledig arbeidsongeschikt geacht. Appellant verzocht daarop om herziening van het eerdere besluit, maar het UWV wees dit af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen, waarna hij beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelt dat de nieuwe klachten en operaties geen nieuwe feiten zijn die het eerdere oordeel over de arbeidsongeschiktheid wijzigen. De Raad stelt vast dat het UWV de procedure niet onredelijk heeft vertraagd en dat appellant onvoldoende nieuwe feiten heeft aangevoerd om herziening te rechtvaardigen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, en er wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek van appellant wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.