ECLI:NL:RBALK:2012:BW9947
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding wegens geen overschrijding redelijke termijn Wob-procedures
Eiser diende vanaf 2001 meerdere Wob-verzoeken in bij verschillende bestuursorganen, waaronder de minister van Binnenlandse Zaken en de Erasmus Universiteit Rotterdam. Na diverse bezwaar- en beroepsprocedures tot aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, stelde eiser dat de redelijke termijn was overschreden en vorderde hij schadevergoeding op grond van artikel 6 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat de verschillende procedures niet bij elkaar mogen worden opgeteld voor de beoordeling van de redelijke termijn. De afzonderlijke procedures voldeden binnen de jurisprudentiële termijnen van maximaal vijf jaar. Bovendien is artikel 6 EVRM Pro niet rechtstreeks van toepassing op Wob-procedures, maar geldt het rechtszekerheidsbeginsel als grondslag voor de beoordeling.
De rechtbank concludeerde dat geen sprake was van overschrijding van de redelijke termijn en dat het verzoek om schadevergoeding daarom terecht was afgewezen. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn is afgewezen.