ECLI:NL:CRVB:2006:AY9613
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Brand
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkering zonder urenbeperking na eerstejaars herbeoordeling
Appellant maakte bezwaar tegen twee besluiten van het UWV waarin zijn WAO-uitkering werd vastgesteld op een arbeidsongeschiktheidsgraad van 45 tot 55%, zonder urenbeperking. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, stellende dat er geen medische aanwijzingen waren die zwaardere beperkingen rechtvaardigden.
In hoger beroep handhaaft de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overweegt dat de klachten van appellant, waaronder extreme vermoeidheid, niet medisch objectiveerbaar zijn als ziekte of gebrek. De verzekeringsartsen van het UWV hebben wel beperkingen erkend op energetisch en mentaal vlak, maar geen noodzaak voor urenbeperking vastgesteld.
Appellant voerde aan dat de functies die bij de beoordeling zijn betrokken zijn belastender dan zijn belastbaarheid, maar de Raad acht het rapport van de bezwaararbeidsdeskundige overtuigend dat deze functies binnen zijn beperkingen passen. De Raad bevestigt daarmee de eerdere uitspraken en wijst het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen urenbeperking krijgt en de WAO-uitkering blijft gebaseerd op 45 tot 55% arbeidsongeschiktheid.