ECLI:NL:CRVB:2006:AY9653
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R. Kooper
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Vergoeding materiële schade na gijzeling penitentiair inrichtingswerker afgewezen wegens gebrek aan medewerking
Betrokkene, werkzaam als penitentiair inrichtingswerker, raakte op 23 oktober 1992 betrokken bij een gijzeling waarbij hij letsel opliep en arbeidsongeschikt werd verklaard. Na meerdere procedures en besluiten over schadevergoeding, waarbij de minister aanvankelijk aansprakelijkheid ontkende, erkende de minister uiteindelijk aansprakelijkheid en stelde een schadevergoeding vast.
De minister stelde echter dat het causaal verband tussen het incident en de arbeidsongeschiktheid niet met zekerheid kon worden vastgesteld vanwege het ontbreken van medewerking van betrokkene aan het verstrekken van medische gegevens en aanvullend onderzoek. Betrokkene weigerde herhaaldelijk medewerking te verlenen aan het opvragen van medische informatie en het ondergaan van onderzoek.
De Raad oordeelde dat de minister gerechtigd was medewerking te verlangen en dat de weigering van betrokkene de causale keten verbrak. Daarom werd het beroep van de minister gegrond verklaard en het besluit tot vergoeding van materiële schade vernietigd. De vergoeding voor immateriële schade bleef ongewijzigd. Tevens werd het beroep op een redelijke termijn volgens artikel 6 EVRM Pro afgewezen omdat betrokkene als ambtenaar geen beroep op dit artikel kon doen.
Uitkomst: Het beroep van de minister werd gegrond verklaard en het besluit tot vergoeding van materiële schade vernietigd wegens gebrek aan medewerking van betrokkene.