ECLI:NL:CRVB:2006:AY9668
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R. Kooper
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aansprakelijkheid ambtenaar voor schade door overtreding verkeersregels tijdens diensttijd
Appellant, werkzaam als hoofdtechnicus bij het GVB, reed op 16 april 2003 tijdens diensttijd in een dienstwagen door rood licht en negeerde daarbij een door een negenoog aangegeven rijrichting. Dit leidde tot een boete die door het leasebedrijf aan het GVB werd doorberekend.
Het college bracht de kosten van deze boete bij appellant in rekening op grond van artikel 812, eerste lid, van het Ambtenarenreglement Amsterdam (ARA), omdat sprake was van aan opzet grenzende grove schuld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel.
De Raad oordeelt dat appellant bewust in strijd met meerdere verkeersvoorschriften heeft gehandeld zonder noodzaak of rechtvaardiging, waardoor de gemeente schade leed die op grond van het ARA door appellant vergoed moet worden. De Raad wijst ook op de duidelijke bewoordingen van artikel 812 ARA Pro, ondanks dat het artikel formeel ziet op schade aan gemeente-eigendommen.
Tot slot wijst de Raad een vergoeding van proceskosten af en bevestigt de aangevallen uitspraak volledig.
Uitkomst: Appellant is aansprakelijk voor de boetekosten wegens aan opzet grenzende grove schuld en moet deze vergoeden aan het college.