ECLI:NL:CRVB:2006:AY9828
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 65-80%
Appellante ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die de herziening van haar WAO-uitkering had bevestigd. Het Uwv had de mate van arbeidsongeschiktheid per 18 juni 2001 vastgesteld op 65 tot 80%, in afwijking van de eerdere vaststelling van 80% of meer.
De Raad nam de feiten en omstandigheden zoals vastgesteld door de rechtbank over en oordeelde dat de door appellante ingediende medische en arbeidskundige gronden onvoldoende waren om het oordeel van het Uwv te weerleggen. De medische verklaringen van diverse specialisten ondersteunden het standpunt van het Uwv dat appellante beperkt is, maar niet meer dan aangenomen.
De Raad concludeerde dat appellante in staat wordt geacht de voorgehouden functies te verrichten, wat een indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 65 tot 80% rechtvaardigt. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65 tot 80% wordt bevestigd.