ECLI:NL:CRVB:2006:AY9831
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering na uitspraak rechtbank
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV tot terugvordering van een bedrag van €1.927,56 aan WAO-uitkering. De rechtbank had eerder geoordeeld dat dit bedrag rechtmatig was terug te vorderen, aangezien appellant te veel uitkering had ontvangen. Appellant voerde aan dat hoger beroep tegen die uitspraak niet noodzakelijk was omdat het terugvorderingsbesluit was vernietigd, maar de Raad stelde vast dat het besluit van 18 december 2003 een juiste uitvoering was van de rechtbankuitspraak.
De Raad benadrukte dat appellant door geen hoger beroep in te stellen tegen de uitspraak van 23 oktober 2003 het risico liep dat de terugvordering voor zijn rekening zou komen. De gronden van appellant om de terugvordering te verminderen of te voorkomen waren door de rechtbank uitdrukkelijk verworpen en kunnen in deze procedure niet opnieuw worden behandeld.
Hoewel het UWV fouten heeft gemaakt in de procedure en hiervoor excuses heeft aangeboden, verandert dit niets aan de rechtmatigheid van de terugvordering. De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep van appellant af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV tot terugvordering van €1.927,56 en wijst het hoger beroep van appellant af.