ECLI:NL:CRVB:2006:AY9945
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding fiscale schade na terugvordering WW-uitkering
Appellant had in mei 1997 een WW-uitkering ontvangen die door het UWV abusievelijk tweemaal was uitbetaald. Na terugvordering van dit bedrag in 1998 vroeg appellant in 2003 vergoeding van de fiscale schade die hij hierdoor had geleden. Het UWV wees dit verzoek af, stellende dat appellant de schade had kunnen beperken door het bedrag eerder terug te betalen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant alert had moeten zijn op de onverschuldigde betaling en eerder contact met het UWV had moeten opnemen om de schade te voorkomen. Appellant stelde in hoger beroep dat hij de fiscale schade niet had kunnen voorkomen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat appellant de schade inderdaad had kunnen voorkomen door tijdig te reageren en het bedrag voor het einde van 1997 terug te storten. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de afwijzing van de schadevergoeding gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de vergoeding van fiscale schade wordt bevestigd.