ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0049
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens onvoldoende inzicht in financiële omstandigheden
Appellant vroeg op 10 maart 2005 een bijstandsuitkering aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Heerlen wees deze aanvraag op 13 mei 2005 af wegens onvoldoende duidelijkheid over zijn financiële omstandigheden. Appellant stelde bezwaar en beroep in, maar gaf geen objectief bewijs van zijn inkomsten, ondanks verklaringen dat hij leefde van geld van zijn moeder.
De voorzieningenrechter wees een verzoek om voorlopige voorziening af, waarna het College het bezwaar ongegrond verklaarde. De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna appellant in hoger beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep. Deze Raad oordeelde dat het College terecht het standpunt innam dat appellant onvoldoende inzicht had verschaft over zijn levensonderhoud in de relevante periode.
De Raad benadrukte dat het College niet verplicht was om latere feiten mee te wegen bij de heroverweging van het primaire besluit en dat appellant niet voldeed aan de inlichtingenverplichting uit artikel 17 WWB Pro. Daarom werd het recht op bijstand niet vastgesteld en bleef de afwijzing in stand. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag van appellant om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in zijn financiële situatie.