ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0132
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering bij psychische klachten en CBBS-jurisprudentie
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering door het UWV, waarbij zijn arbeidsongeschiktheid werd teruggebracht van 80% naar 15-25%. Hij stelde dat zijn psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat nadere uitleg van zijn behandelend psychiater ontbrak.
De Raad nam de feiten zoals vastgesteld door de rechtbank Zutphen over en oordeelde dat de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts terecht beperkingen hadden vastgesteld wegens een depressieve stoornis. De functionele mogelijkhedenlijst en het overleg tussen artsen ondersteunden het oordeel dat appellant beperkt, maar wel in staat was om gestructureerd werk te verrichten.
Appellant voerde tevens aan dat besluiten die mede steunen op het CBBS onzorgvuldig zijn. De Raad verwierp deze lezing en stelde dat het CBBS als ondersteunend systeem niet onaanvaardbaar is, mits besluiten toetsbaar en transparant zijn. In deze zaak was dat het geval.
De Raad zag geen aanleiding tot het inschakelen van een onafhankelijke deskundige en concludeerde dat het beroep van appellant ongegrond was. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.