ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0133
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Beperking inzage werkgever in medische gegevens werknemer bij WAO-uitkering
In deze zaak heeft appellante, een werkgever, hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht die haar bezwaar tegen een UWV-besluit inzake een WAO-uitkering aan een werkneemster ongegrond verklaarde. Appellante stelde dat zij zonder inzage in de medische gegevens van de werkneemster niet in staat was om de toekenning van de WAO-uitkering adequaat te betwisten en dat dit haar recht op een eerlijk proces schond.
De werkneemster weigerde toestemming te geven voor het delen van haar medische gegevens met de werkgever. De rechtbank had daarop besloten dat alleen de gemachtigde van de werkgever, een advocaat, de medische stukken mocht inzien op grond van artikel 8:32, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Appellante voerde aan dat zij als persoonlijk procederende partij zelf toegang tot deze gegevens moest krijgen.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de beperking van inzage door de werkgever gerechtvaardigd is door het zwaarder wegende recht op privacy van de werknemer. De werkgever kan zich laten bijstaan door een gemachtigde die de medische stukken mag inzien. De Raad oordeelde dat hierdoor geen wezenlijk nadelige positie voor de werkgever ontstaat en dat aan de eisen van een eerlijk proces volgens artikel 6 EVRM Pro wordt voldaan.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad zag geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de werkgever zonder gemachtigde geen directe inzage heeft in medische gegevens van de werknemer.