ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0136
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin de intrekking van zijn WAO-uitkering werd bevestigd. De intrekking was gebaseerd op de constatering dat zijn arbeidsongeschiktheid per 19 september 2001 minder dan 15% bedroeg.
De Raad nam de feiten en omstandigheden over zoals vastgesteld door de rechtbank, met correctie van de intrekkingsdatum naar 19 september 2001. Het hoger beroep bevatte geen nieuwe gronden, maar een herhaling van eerdere argumenten, die door de Raad niet overtuigend werden bevonden.
De Raad weigerde het verzoek van appellant om een deskundige te benoemen en vond geen aanleiding om aan de zorgvuldigheid en juistheid van de intrekking te twijfelen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 19 september 2001 wordt bevestigd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.