ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0137
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 7 maart 2003
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 17 maart 2004, waarin werd geoordeeld dat het UWV terecht had geweigerd appellant een WAO-uitkering toe te kennen per 7 maart 2003 omdat zijn arbeidsongeschiktheid toen minder dan 15% bedroeg.
In het hoger beroep heeft appellant geen nieuwe medische verklaringen of deskundigenrapporten ingebracht die zijn gezondheidstoestand of arbeidsmogelijkheden op de peildatum anders zouden doen beoordelen. De reeds ingebrachte verklaring van de huisarts uit juni 2003 was reeds door de rechtbank gewogen en van een overweging voorzien.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de motivering van de rechtbank volledig en ziet geen aanleiding om het oordeel te wijzigen. Ook is er geen grond voor een proceskostenveroordeling. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering per 7 maart 2003 bevestigd.