ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herziening WAO-uitkering wegens matige energetische beperkingen zonder urenbeperking
Betrokkene ontving vanaf 1996 een WAO-uitkering die meerdere malen werd aangepast op basis van haar arbeidsongeschiktheid. In 2003 werd haar uitkering herzien tot een mate van 15-25% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van betrokkene tegen deze herziening gegrond en vernietigde het besluit omdat er geen urenbeperking was opgenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML), terwijl matige energetische beperkingen waren vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het ontbreken van een urenbeperking niet per definitie onzorgvuldig is wanneer matige energetische beperkingen zijn vastgesteld. De verzekeringsarts had betrokkene in staat geacht om acht uur per dag te werken ondanks deze beperkingen. Er waren geen aanwijzingen dat het energieverlies zodanig was dat een urenbeperking noodzakelijk was.
De Raad vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees de zaak terug naar de rechtbank Rotterdam voor verdere behandeling. Tevens werd overwogen dat de rechtbank, indien zij een urenbeperking noodzakelijk achtte, eerst een deskundigenadvies had moeten inwinnen. Deze uitspraak verduidelijkt de criteria voor het opnemen van urenbeperkingen bij WAO-beoordelingen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de zaak terug naar de rechtbank Rotterdam.