ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0152
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens vermogen eigen werk te verrichten
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van een WAO-uitkering door het UWV, omdat zij naar eigen zeggen niet in staat is haar werk als parttime chauffeuse uit te voeren.
De verzekeringsarts stelde vast dat appellante forse beperkingen heeft in haar rechterhand en -arm, en beperkte belastbaarheid van nek, rug en linkerschouder. De arbeidsdeskundige concludeerde echter dat appellante haar eigen werk kan verrichten, gezien de aard van de werkzaamheden die geen zware fysieke belasting vereisen.
De Raad oordeelt dat de door appellante overgelegde medische gegevens en rapportages onvoldoende aantonen dat zij haar werk niet kan doen. Het incidenteel tilwerk overschrijdt haar belastbaarheid niet. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat geen bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.