ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0155
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde AOW-toeslag ondanks bezwaar appellant
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn AOW-toeslag en de terugvordering van een bedrag van €3.021,94, dat volgens hem door toedoen van zijn ex-echtgenote was ontstaan en daarom voor haar rekening moest komen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) had de terugvordering vastgesteld en de invordering in maandelijkse termijnen van €25,- met het pensioen van appellant verrekend.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, stellende dat het besluit van de Svb een herhaald besluit was en dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard. Tevens was niet aannemelijk gemaakt dat appellant de maandelijkse inhouding niet kon betalen of dat deze onder de beslagvrije voet zou komen.
De Raad bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat de terugvordering in rechte vaststaat. De bezwaren van appellant met betrekking tot de schuld en de echtscheidingsprocedure zijn niet relevant voor deze bestuursrechtelijke procedure. De Raad wijst appellant erop dat hij bij betalingsproblemen een verzoek tot herberekening van zijn aflossingscapaciteit kan indienen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van te veel betaalde AOW-toeslag en verklaart het bezwaar van appellant ongegrond.