ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0159
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ‘t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming thuiswonende gehandicapte kinderen wegens onvoldoende zorgafhankelijkheid
Appellante verzocht op 6 februari 2002 om een tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming thuiswonende gehandicapte kinderen 2000 voor haar zoon Dennis, die diverse beperkingen heeft. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) wees de aanvraag af omdat Dennis niet aan de criteria voldeed, met name niet aanzienlijk meer afhankelijk was van verzorging en oppassing dan een gezond kind van dezelfde leeftijd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en verwierp ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel. In hoger beroep voerde appellante aan dat de medische beoordeling onvoldoende recht deed aan de zorgbehoefte van Dennis en dat vergelijkbare gevallen wel een tegemoetkoming ontvingen.
De Raad beoordeelde dat Dennis niet aan het criterium van aanzienlijke zorgafhankelijkheid voldeed, mede op basis van medisch advies en beleidsregels van de SVB. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de vergelijkbare gevallen onvoldoende onderbouwd waren en toestemming voor gegevensverstrekking ontbrak.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de tegemoetkoming voor Dennis wordt bevestigd wegens onvoldoende zorgafhankelijkheid.