ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0170
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.C.F. Talman
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinair ontslag wegens ernstig plichtsverzuim ambtenaar
Appellante, sinds 1989 in dienst bij de gemeente 's-Gravenhage, kampte vanaf 1996 met langdurig ziekteverzuim. Na medisch onderzoek in 1998 werd zij volledig arbeidsgeschikt verklaard, waarna pogingen tot reïntegratie werden ondernomen. Ondanks herhaalde uitnodigingen en waarschuwingen verscheen zij niet op afspraken met de Dienst Stedelijke Ontwikkeling (DSO) en meldde zich ziek, terwijl de bedrijfsarts haar arbeidsgeschikt achtte.
Het College van burgemeester en wethouders legde appellante op 31 juli 2002 disciplinair ontslag op wegens zeer ernstig plichtsverzuim, omdat zij zonder geldige reden niet verscheen op de gesprekken over passende werkplekken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij een afspraak had gemaakt met de bedrijfsarts om nog een week thuis te blijven, wat niet werd aangenomen wegens gebrek aan bewijs en tegenstrijdigheid met medische rapporten.
De Raad oordeelde dat het College terecht uitging van het advies van de bedrijfsarts en dat het plichtsverzuim van appellante ernstig was. Haar gedrag, waaronder het niet nakomen van afspraken en het negeren van waarschuwingen, rechtvaardigde het opgelegde ontslag. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het disciplinair ontslag wordt bevestigd.