ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0181
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant deed hiertegen verzet en voerde aan dat hij door een ziekenhuisopname en financiële problemen niet in staat was tijdig te betalen.
Tijdens de zitting verscheen appellant persoonlijk, maar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) was niet vertegenwoordigd. Appellant stelde dat hij na terugkeer in Nederland telefonisch contact had gehad met de Raad, maar dat hem werd meegedeeld dat betaling niet meer mogelijk was.
De Raad stelde vast dat appellant geen verontschuldiging had aangevoerd die het niet tijdig betalen kon rechtvaardigen. De Raad vond dat appellant zelf maatregelen had moeten treffen om belangrijke post tijdens zijn ziekenhuisopname te kunnen afhandelen. Ook werd meegewogen dat appellant bij aankomst geen geld had om het griffierecht te voldoen.
De Raad liet de inhoud van het vermeende telefoongesprek buiten beschouwing vanwege het ontbreken van een dossiernotitie. Gezien deze omstandigheden verklaarde de Raad het verzet ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.