ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0302
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- H.J. de Mooi
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens erfdeel volgens WWB
Appellant ontving vanaf juni 2001 bijstand en kreeg medio november 2003 een erfdeel van €64.323,02 uitgekeerd uit de verkoop van een woning. Het College beëindigde de bijstand per 1 november 2003 en vorderde bij besluit van december 2003 de kosten van bijstand over de periode 8 juni 2001 tot 31 oktober 2003 terug, omdat appellant toen al aanspraak had op het erfdeel. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze terugvordering gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het College terecht de terugvordering toepaste op grond van artikel 58 van Pro de WWB, dat terugvordering mogelijk maakt indien middelen achteraf beschikbaar komen die de bijstand onverschuldigd maken. Het feit dat de bijstand al was beëindigd op het moment van beschikking over het erfdeel, staat hieraan niet in de weg. De brief van het College waarin werd aangegeven dat terugvordering zal plaatsvinden zodra appellant over de erfenis kan beschikken, wekte geen gerechtvaardigde verwachting dat terugvordering over de verleden periode achterwege zou blijven.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de terugvordering handhaaft en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstandskosten over de periode dat appellant aanspraak had op het erfdeel.