ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0412
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum toeslag krachtens de Toeslagenwet na beëindiging WW-uitkering
Appellant stelde bezwaar en beroep in tegen de ingangsdatum van een toeslag krachtens de Toeslagenwet (TW), vastgesteld op 3 november 2002. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had deze datum bepaald omdat vanaf dat moment de WW-uitkering van appellant was beëindigd en zijn inkomen onder het sociaal minimum was gedaald.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en motiveerde dat het Uwv terecht de toeslag vanaf die datum toekende. Appellant voerde in hoger beroep geen nieuwe argumenten aan die tot een ander oordeel konden leiden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank en oordeelt dat het bestreden besluit rechtmatig is. Er is geen aanleiding voor een kostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade op 13 oktober 2006.
Uitkomst: De ingangsdatum van de toeslag wordt bevestigd op 3 november 2002, de datum waarop de WW-uitkering eindigde.