ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0437
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling medische beperkingen en weigering WAO-uitkering na wachttijd
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de weigering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om hem een WAO-uitkering toe te kennen na afloop van de wachttijd. Het Uwv stelde dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was en geschikt voor bepaalde functies, wat werd bevestigd door meerdere medische specialisten.
De rechtbank oordeelde dat het Uwv voldoende rekening had gehouden met de medische beperkingen van appellant en dat de vastgestelde belastbaarheid juist was ingeschat. In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen werden onderschat, maar de Raad vond geen aanleiding om het standpunt van het Uwv te wijzigen.
De Raad nam mee dat appellant door vijf medisch specialisten was onderzocht en dat geen significante beperkingen waren vastgesteld. Ook de door appellant overgelegde medische verklaringen konden het oordeel niet wijzigen. De Raad achtte het onderzoek zorgvuldig en de vastgestelde belastbaarheid voldoende gemotiveerd.
De eigen niet-medisch onderbouwde mening van appellant werd niet zwaarwegend geacht. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees een kostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen.