ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0454
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering vergoeding plastisch-chirurgische behandeling pigmentvlekken wegens ontbreken lichamelijke functiestoornis
Appellant verzocht vergoeding voor een plastisch-chirurgische behandeling van pigmentvlekken, waarbij hij stelde dat hij door schaamte psychische klachten en erectiestoornissen had ontwikkeld. De zorgverzekeraar CZ wees de aanvraag af op grond van het ontbreken van een aantoonbare lichamelijke functiestoornis, zoals vereist in artikel 2 van Pro de Regeling medisch-specialistische zorg Ziekenfondswet.
Appellant voerde aan dat zijn psychische klachten verband hielden met de pigmentvlekken, ondersteund door een verklaring van een sociaal-psychiatrisch verpleegkundige. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad overwoog dat sinds 1 februari 2000 psychisch lijden als gevolg van een uiterlijke afwijking geen indicatie meer vormt voor vergoeding van plastisch-chirurgische behandelingen. De Raad zag onvoldoende medische aanwijzingen voor een causaal verband tussen de pigmentvlekken en de lichamelijke klachten van appellant.
Daarmee voldoet appellant niet aan het vereiste van een lichamelijke functiestoornis gekoppeld aan de afwijking in het uiterlijk. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot vergoeding bevestigd wegens het ontbreken van een aantoonbare lichamelijke functiestoornis.