ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0493
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellant, die sinds 1993 een WAO-uitkering ontvangt wegens epilepsie en psychische klachten, betwistte de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid door het Uwv. Na een medisch en arbeidskundig onderzoek in Turkije handhaafde het Uwv een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond vanwege onzorgvuldig medisch onderzoek en onvoldoende motivering, waarna het Uwv een nieuw besluit nam dat de arbeidsongeschiktheid verhoogde naar 25 tot 35%.
In hoger beroep stelde appellant dat ook dit nieuwe besluit onvoldoende rekening hield met zijn beperkingen. De Raad overwoog dat het beroep mede gericht was tegen het nieuwe besluit, maar dat het belang van appellant bij beoordeling van het oude besluit vervallen was. Omdat appellant geen schadevergoeding vorderde, werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad concludeerde dat er geen aanwijzingen waren dat de toegenomen arbeidsongeschiktheid voortkwam uit de oorspronkelijke oorzaak (epilepsie) dan wel dat de medische beperkingen waren onderschat. Het medisch onderzoek was zorgvuldig en de arbeidskundige beoordeling deugde. Het beroep tegen het nieuwe besluit werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het bestreden besluit II ongegrond verklaard.