ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0735
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanspraak op plastisch-chirurgische correctie wegens ontbreken aantoonbare lichamelijke functiestoornissen
Appellante heeft na een maagverkleiningsoperatie een aanzienlijke gewichtsafname doorgemaakt, waarna zij een aanvraag deed voor plastisch-chirurgische correcties van de bovenbenen, buikwand en borsten. VGZ wees deze aanvraag af omdat niet was aangetoond dat de huidsurplus gepaard ging met aantoonbare lichamelijke functiestoornissen, zoals vereist volgens de Regeling medisch-specialistische zorg Ziekenfondswet.
De rechtbank en later de Centrale Raad van Beroep bevestigden deze afwijzing. Medische rapporten, waaronder een deskundigenrapport van een dermatoloog, concludeerden dat er weliswaar hinderlijke huidplooien en irritaties waren, maar geen objectief aantoonbare functiestoornissen die een indicatie voor plastische chirurgie rechtvaardigen. De Raad benadrukte dat het stelsel van verstrekkingen onder de Ziekenfondswet een gesloten systeem is met strikte indicatiecriteria.
De Raad oordeelde dat de klachten van irritatie en smetten onvoldoende zijn om te spreken van een lichamelijke functiestoornis in de zin van de regeling. De medische adviezen en het deskundigenrapport onderschreven dit standpunt. De Raad zag geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen en bevestigde de eerdere uitspraak. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De aanvraag voor plastisch-chirurgische correctie wordt afgewezen wegens ontbreken van aantoonbare lichamelijke functiestoornissen.