ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0786

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 oktober 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-6140 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Algemene bijstandswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging maatregel verlaging bijstandsuitkering wegens niet aanvaarden passende arbeid

Appellant was het niet eens met de beslissing van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage om zijn bijstandsuitkering met 100% te verlagen voor de duur van één maand vanwege het niet aanvaarden van passende arbeid. Het College handhaafde dit besluit bij bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.

Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en herhaalde zijn eerdere gronden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het College terecht had geoordeeld dat de aangeboden functie passend was voor appellant en dat de maatregel terecht was opgelegd. De Raad sloot zich volledig aan bij de overwegingen van de rechtbank.

De Raad zag geen reden om de uitspraak te vernietigen of de proceskosten aan het College toe te wijzen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd, waarmee het hoger beroep werd afgewezen.

Uitkomst: De maatregel tot verlaging van de bijstandsuitkering wegens het niet aanvaarden van passende arbeid wordt bevestigd.

Uitspraak

05/6140 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 29 september 2005, 04/2753 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage (hierna: College)
Datum uitspraak: 17 oktober 2006
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 5 september 2006, waar partijen - wat het College betreft met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
Voor een overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.
Bij besluit op bezwaar van 28 mei 2004 heeft het College het besluit van 15 oktober 2003 gehandhaafd waarbij de uitkering van appellant ingevolge de Algemene bijstandswet bij wijze van maatregel voor de duur van één maand is verlaagd met 100% wegens het niet aanvaarden van passende arbeid door appellant.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 28 mei 2004 ongegrond verklaard.
Appellant heeft zich in hoger gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd en daarbij de in beroep aangevoerde gronden herhaald.
De Raad is met de rechtbank van oordeel dat het College op goede gronden het standpunt heeft ingenomen dat de aan appellant aangeboden functie passend is voor appellant en dat het College de maatregel terecht heeft opgelegd. De Raad kan zich met hetgeen de rechtbank in de aangevallen uitspraak heeft overwogen geheel verenigen.
Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
De Raad ziet geen grond voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.H. Polderman-Eelderink als griffier, uitgesproken in het openbaar op 17 oktober 2006.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) A.H. Polderman-Eelderink.