ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek bijstandsuitkering met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant verzocht om bijstandsuitkering met terugwerkende kracht vanaf medio november 2002. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam kende bijstand toe vanaf 19 september 2003, maar wees de terugwerkende aanvraag af op grond van artikel 68a van de Algemene bijstandswet (Abw). De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat bijzondere omstandigheden een eerdere toekenning rechtvaardigen. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat volgens vaste rechtspraak bijstand in beginsel niet wordt verleend vóór de datum van aanvraag of melding, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Medische gegevens over de psychische gesteldheid van appellant boden onvoldoende grond om te concluderen dat hij verhinderd was eerder een aanvraag in te dienen. Bovendien had appellant een derde kunnen inschakelen.
De Raad concludeerde dat geen bijzondere omstandigheden waren vastgesteld die een eerdere toekenning rechtvaardigen. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om bijstand met terugwerkende kracht bevestigd.