ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0863
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand voor tandheelkundige hulp als lening
Appellante had bijzondere bijstand voor tandheelkundige hulp ontvangen in de vorm van een lening, omdat zij niet tijdig een machtiging bij haar zorgverzekeraar had aangevraagd. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad onderschrijft dat het redelijk is dat appellante zich tijdig tot de zorgverzekeraar wendt voor vergoeding van de kosten. Er zijn onvoldoende aanwijzingen dat appellante daartoe niet in staat was. De nalatigheid van appellante leidt ertoe dat zij geen aanspraak kan maken op vergoeding door de zorgverzekeraar.
De Raad ziet geen reden om de aangevallen uitspraak te vernietigen en bevestigt deze. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter T.G.M. Simons en uitgesproken in aanwezigheid van griffier A.H. Polderman-Eelderink op 17 oktober 2006.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat bijzondere bijstand als lening terecht is verleend vanwege nalatigheid appellante.