ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0956
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering WIK-uitkering wegens overschrijding maximale uitkeringsduur
Appellant ontving sinds mei 1999 een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars (WIK), die in december 2002 werd beëindigd. Het college van Amsterdam trok later het recht op uitkering over 2001-2002 in vanwege het niet informeren over verhuizing, en vorderde het bedrag terug. Appellant vroeg vervolgens bij de gemeente Goes een nieuwe WIK-uitkering aan, die werd toegekend met een maximale uitkeringsduur tot februari 2004.
De gemeente Middelburg, als centrumgemeente sinds 2004, trok het recht op uitkering per 19 februari 2004 in wegens het bereiken van de maximale uitkeringsduur van vier jaar. Appellant stelde dat de uitkeringsduur tot 2006 moest worden berekend. De rechtbank verklaarde het beroep tegen intrekking ongegrond en vernietigde de terugvordering.
De Raad oordeelt dat het college van Middelburg ten onrechte de periode van 2001-2002, waarin de uitkering door Amsterdam was ingetrokken, heeft meegeteld als uitkeringsduur. De intrekking berustte op een onjuiste motivering, omdat het niet nakomen van de inlichtingenplicht niet gelijkgesteld kan worden met een weigering als bedoeld in de WIK. De Raad vernietigt daarom het besluit tot intrekking en herroept het eerdere besluit tot intrekking van mei 2004.
De Raad verklaart het beroep gegrond, veroordeelt het College in de proceskosten en bepaalt dat de gemeente Middelburg het betaalde griffierecht vergoedt. Het recht op uitkering geldt derhalve nog tot de maximale termijn van vier jaar, exclusief de periode van intrekking door Amsterdam.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WIK-uitkering is vernietigd en het recht op uitkering geldt tot de maximale termijn van vier jaar.