ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0957
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van invorderingsbesluit WAO-uitkering ondanks bezwaar appellant
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om een bedrag van €8.306,24 terug te vorderen dat ten onrechte als WAO-uitkering was ontvangen. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en de rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij ziek was en recht had op de WAO-uitkering en dat hem nooit was meegedeeld dat de betalingen slechts voorschotten waren. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat deze grieven betrekking hebben op de besluiten tot weigering en terugvordering van de WAO-uitkering, die inmiddels in rechte onaantastbaar zijn geworden.
Het geschil betreft uitsluitend het invorderingsbesluit dat het gehele bedrag voor 4 oktober 2002 moest worden voldaan. De Raad bevestigt dat appellant geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen aan het uitblijven van reactie van het UWV op een brief over betalingsregelingen en dat geen schriftelijke toezeggingen zijn gedaan om invordering achterwege te laten.
Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en blijft het invorderingsbesluit ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het invorderingsbesluit van het UWV blijft van kracht.