ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1087
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid voorzieningenrechter bij hoger beroep tegen uitspraak rechtbank in WWB-zaken
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen inzake een WWB-zaak en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de Centrale Raad van Beroep. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek ter zitting op 26 september 2006 verricht.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro en artikel 21 Beroepswet Pro een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. Tevens kan de voorzieningenrechter, indien nader onderzoek niet bijdraagt aan de beoordeling, onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de aangevallen uitspraak een uitspraak betreft als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, Awb, waarbij de rechtbank het verzet van appellant gegrond heeft verklaard. Volgens vaste rechtspraak kan een wettelijk appelverbod slechts worden doorbroken bij evidente schending van beginselen van goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen. Een dergelijke schending is niet gebleken, zodat de voorzieningenrechter zich onbevoegd verklaart ten aanzien van zowel het hoger beroep als het verzoek om voorlopige voorziening.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening.