ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1175
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging maatregel korting WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie
Appellant ontving sinds december 2002 een WW-uitkering en kreeg een korting van 20% gedurende 16 weken opgelegd omdat het UWV vond dat hij onvoldoende had gesolliciteerd in de periode september-oktober 2004. Appellant had op 4 oktober 2004 bij twee bouwplaatsen geïnformeerd naar werk, maar het UWV erkende dit niet als een concrete sollicitatieactiviteit. De rechtbank bevestigde dit standpunt en verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn wijze van solliciteren, door direct bij bouwplaatsen te informeren, gebruikelijk is in de bouwsector en dat hij vanwege zijn leeftijd, medische beperkingen en lage opleidingsniveau niet anders kon. De Raad oordeelde dat het UWV ten onrechte de activiteiten van appellant niet als sollicitatieactiviteiten kwalificeerde, mede gezien de bedrijfstak en zijn persoonlijke omstandigheden.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en het besluit van 8 november 2004, verklaarde het beroep gegrond, en veroordeelde het UWV tot vergoeding van wettelijke rente over de onterecht gekorte uitkering en tot betaling van proceskosten. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: De maatregel van het UWV tot korting op de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.