ECLI:NL:CRVB:2008:BG1723
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten volgens Werkloosheidswet
Appellant ontvangt sinds 2001 een WW-uitkering en is sinds 2003 in het bezit van een tweede recht op WW. Vanwege onvoldoende sollicitatieactiviteiten heeft het Uwv meerdere kortingsmaatregelen opgelegd, culminerend in een volledige en blijvende weigering van de WW-uitkering per 3 oktober 2005. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het Uwv verklaarde deze ongegrond.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant niet voldeed aan de minimumeis van één concrete sollicitatieactiviteit per week en dat hij zich, gezien de duur van zijn werkloosheid, ook op lager gekwalificeerde functies moest richten. In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen, waaronder dat hij zich inspande via projectvoorstellen en netwerken binnen zijn vakgebied.
De Raad wees het verzoek tot uitstel af en stelde vast dat appellant niet voldeed aan de sollicitatieverplichting, ook niet bij ruime interpretatie van zijn projectactiviteiten. De Raad onderschreef het standpunt van het Uwv dat appellant zich niet langer tot zijn vakgebied kon beperken. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten.